vrijdag 14 november 2014

J-dag




“Fredag den 7. November kl. 20.59 falder den første sne!” Oftewel, vrijdag 7 november valt de eerste sneeuw. Een ruime periode voorafgaand aan 7 november was deze kreet overal te zien en te horen. Een goede verstaander in Denemarken weet dan wel hoe laat het is. Dit is natuurlijk geen hyper accuraat weerbericht, maar de aanloop naar J-dag. Als buitenlander is het dan misschien weer een beetje verwarrend, ik ken een mede-buitenlander die mij inderdaad bekende dat hij dacht dat het echt zou sneeuwen op 7 november…

J-dag dus. Waarbij de –j- uitgesproken wordt als ‘jol’. Dit is een afkorting voor Jule-dag, de dag waarop brouwer Tuborg zijn kerstbier presenteert. Deze dag is uitgegroeid tot een waar drankfestijn. Een soort carnaval. Denk ik. Ik kom van boven de grote rivieren, dus ik kan niet zeggen dat ik ervaringsdeskundige ben op dat vlak…

Bij het betreden van het centrum, rond half zeven, was al duidelijk dat men er zin in had. Grotere stromen mensen dan gebruikelijk op dat tijdstip trokken al schreeuwend en wankelend rond. Anderhalf uur later, na een smakelijke gourmetburger, kon ik constateren dat de stemming al behoorlijk gealcoholiseerd was. Want doorgaans beperkt het overvloedig braken der aangeschotenen zich tot de kleine uurtjes, nu werd er al breeduit gebraakt tegen de muur van een restaurant. Weinig verheffend. Maar ja, J-dag…

Om 20.59 uur bieden vrijwel alle kroegen een flink aantal gratis kerstbiertjes aan. Hier en daar gaat het vrouwelijk barpersoneel gekleed in niks verhullende kerstpakjes terwijl het bier wordt rondgedeeld. Ik beging de fout even op de rand van de pooltafel te zitten, waarna een serveerster van een jaar of twintig in een dergelijk pakje mij maande dat niet te doen, middels een schalks uitgesproken “foei”. Maar de enigszins afleidende kleding deed alle autoriteit dan weer teniet…

Later die avond bevond ik mij in het immer stampvolle Heidi’s Bier Bar. Nu was het werkelijk afgeladen. Maar het frappante is, de enorme alcoholinname en drukte, leiden niet of nauwelijks tot agressief gedrag. Mensen die elkaar per ongeluk aanstoten, verontschuldigen zich omstandig, soms met een vriendschappelijke kram, en daarna feest men weer verder. Als een meisje niet gediend is van (dronken) avances, dan accepteert de betrokken persoon dat met een schouderophalen en gaat verder. Gedanst wordt er. Nog wat gedronken en men danst weer verder. Men hijst elkaar op tafels en banken om daar te dansen (pas op mijn bier….. kijk uit waar je die hoge hakken in prikt….). Het is druk. Maar de sfeer is goed.

Overigens is het op tafel dansen in Heidi’s eerder regel dan uitzondering. Het meisje in het veel en veel te korte kerstkostuumpje dat op tafel stond te dansen werd door veel aanwezigen met extra interesse bekeken omdat ze haar stuitend korte rokje tijdens het dansen nog net even wat hoger optrok. Ik zat er praktisch onder en ik kan uit eerste hand mededelen dat ze er godzijdank wel iets onder aan had. Ze was namelijk zo vriendelijk om op een later moment haar rokje even helemaal om hoog te slaan. De mannelijke aanwezigen slaakten een zucht bij het zien van haar bips. Ik slaakte een zucht toen ik zag dat ze er tenminste een string onder aan had. Vermoedelijk komen je prioriteiten toch anders te liggen als je vader van een dochter bent…

De volgende avond bevond ik mij opnieuw achter een glas bier, maar het was duidelijk dat de meeste mensen de avond er voor wel even genoeg vonden. Het was opvallend rustig voor een zaterdagavond. Los van een paar groepen Noren. Noren worden zo mogelijk nog zatter dan Denen. Helaas wel op een wat vervelender manier. Maar daarover een andere keer…

donderdag 25 september 2014

Dieren en dood



Stel je het volgende voor. Op een willekeurig Nederlands internetforum stelt iemand de vraag wat te doen met een hamster met twee gebroken pootjes. Af laten maken, dat is duidelijk. Maar naar de dierenarts, of het zelf doen? Daar zou, volgens mij, als vanzelfsprekend aangenomen worden dat de eigenaar van de hamster naar de dierenarts gaat om het beestje te euthanaseren. Zelf doen? Natuurlijk niet. We zijn toch geen onmensen? Dat is zielig.

Welnu, deze vraag dook op, op het singleforum waar ik aanwezig ben. En inderdaad, er werd voorgesteld om naar de dierenarts te gaan. Maar een doe-het-zelf euthanasie was ook een volkomen acceptabele optie. Mogelijkheden te over. De tuin in, kuiltje graven, hamster onthoofden met de schep en kuiltje weer dicht. Of in een plastic tasje, en dat vastbinden aan de uitlaat van een auto om zo de hamster te vergassen. Of in twee plastic tasjes en een paar keer flink tegen de muur aan slaan. En als je het zelf niet durft, heb je vast een daadkrachtige buurman. Een beetje een buurman als dokter Kotsemmer, een door Kees van Kooten gespeelde buurt-euthanaseur. Iemand die wel raad weet met een stofzuigerslang of een bijl…

En ik stelde me zo voor wat er zou gebeuren als ik dat als euthanasie-opties zou geven op een Nederlands forum. Er zou een heksenjacht op gang komen, kamervragen door de Partij van de Dieren. Mijn naam en foto zouden op diverse websites terecht komen. Websites van bezorgde burgers, opvallend vaak voorzien van erbarmelijk Nederlands en royaal gelardeerd met spelfouten. Boze, bezorgde burgers, begaan met dierenwelzijn zouden al hun rechtschapenheid op mij kunnen afreageren. Want dieren zijn lief. Sommige menen dat dieren zelfs meer waard zijn dan een mensenleven.

In Denemarken is de sfeer op dat vlak gelukkig iets ontspannener. Dieren en dood horen er hier gewoon bij. Niet van dat verkrampte. Is er net een giraf geeuthanaseerd? Mooi, dan gaan we de bezoekende kinderen eens laten zien hoe zo’n dier er van binnen uit ziet. Worden de leeuwen gevoederd? Kijk, jongens, wie weet welk deel van een geit ik nu omhoog hou…. Kom, er is een open dag in de nertsenfokkerij om de hoek. Laten we daar eens gezellig gaan buurten met de kinderen.

Natuurlijk heeft dierenwelzijn in Denemarken gerust ook rafelrandjes. Maar in Nederland vind ik het doorgeschoten. Een van de dieptepunten was de reactie van een aantal dierenliefhebbers op een foto die een collega maakte. Ik vermoed dat velen van jullie de foto nog wel kunnen herinneren die zo ongeveer in elke krant heeft gestaan, een foto van een reiger die een konijn verzuipt en op eet. Omdat het een zwart konijn was, zo redeneerden enkele dierenliefhebbers, kon het geen wild konijn zijn. En dus moest de fotograaf dat konijn bewust aan die reiger gevoerd hebben, om een paar mooie foto’s te kunnen maken…. Om nog maar te zwijgen van de enorme ophef over giraf Marius. Er werd meteen moord en brand geschreeuwd, zonder ook maar kennis te nemen van de feiten.

Dieren zijn emotie, blijkt maar weer. Maar overdrijven is ook een emotie.

woensdag 17 september 2014

Ouderparticipatie



Toen ik vijf of zes was, ging ik naar een basisschool in Alkmaar die was opgezet door enkele ouders die niet tevreden waren met het basisonderwijs zoals dat gegeven werd. S.K.O.O.L. heette de school. In mijn verwrongen fantasie staat dat voor Sosjalisties Kooperatief Onderwijs, Opvoeding en Leerschool. Maar in werkelijkheid stond het voor School voor Kindgericht Onderwijs van Ouders en Leerkrachten. Toch net iets minder spannend…
Waar het me om gaat is de actieve ouderparticipatie. Iets waar ze op Alex’ school erg mee bezig zijn. En wat voor mij als ouder toch even wennen is. Mijn beeld van mezelf als ouder van een schoolgaand kind was dat van mij verwacht werd dat ik mijn kind op tijd aflever, af en toe eens mijn gezicht laat zien op een bijeenkomst en dat ik braaf naar ouderavonden ga.

Maar dat zag ik toch echt verkeerd…

Alex gaat nu naar de Norre Uttrupskole. Daar wordt heel veel belang gehecht aan een fijne, veilige omgeving voor alle kinderen. Er zijn vier ‘trivselpersoner’. Trivsel betekent welzijn. En deze personen zorgen actief voor het welzijn van de kinderen. Zij zijn van mening dat de ouders in het hele gebeuren ook een actieve rol dienen te spelen. Dit gebeurt onder de noemer ‘Den gode skole’ (de goede school). Van de ouders van de leerlingen die bij elkaar in de klas zitten, wordt verwacht dat ook zij een goede onderlinge band opbouwen. Deze goede band straalt dan af op de kinderen zodat die het nog beter op school krijgen.
Conflicten die ontstaan tussen kinderen worden dan niet via de trivselsperson opgelost, maar het liefst via direct contact tussen de ouders zelf. En inderdaad, dat idee trad reeds een week later in werking toen ik Alex had afgeleverd op school en ik weer naar huis fietste. Een vader van een meisje uit Alex’ klas kwam naast me fietsen en vertelde, een tikje schoorvoetend, dat zijn dochtertje het niet zo leuk vindt dat Alex, als hij haar ziet fietsen, roept dat ze een babyfietsje heeft. Dus  als betrokken ouder heb ik meteen gezegd dat ik Alex zal vragen om dat niet meer te zeggen.
(Ik had natuurlijk de trivselspersoon een berg extra werk kunnen geven door in het vervolg zelf tegen het meisje in kwestie te schreeuwen dat ze een babyfietsje heeft, maar ik denk dat ik momenteel meer heb aan een positieve integratie dan mezelf bewust buiten de groep te plaatsen…)

De onderlinge band tussen de ouders dient natuurlijk op zijn Deens opgebouwd te worden. Dus door veel samen te doen. Samen bijeenkomsten organiseren, samen eten, samen gezellig doen. En de school faciliteert dat door ruimtes en een keuken ter beschikking te stellen.
Dit alles spreekt me absoluut aan, en ik ga er zeker ook actief aan meewerken. Maar tijdens de bijeenkomst waar dit allemaal gepresenteerd en uitgelegd werd, bleef ik me vooral verbazen over hoe Scandinavisch dit allemaal is. En hoe ik daar als non-Scandinavier ooit aan zou kunnen wennen. Al dat ‘samen’. Dan zijn Denemarken en Nederland allebei toch west Europese landen en zijn er maar weinig culturele verschillen. Maar op dit vlak is er toch een zeker cultuurverschil merkbaar tussen Nederlanders en Denen.

Al zou het me niks verbazen dat ik over een jaar tijd er al dusdanig aan gewend ben, dat ik mezelf opgeef voor de ouderraad. Met die gedachte speelde ik al  toen de ouderraad voor dit jaar werd samengesteld, maar ik durfde de stap nog niet te zetten. Dat komt volgend jaar wel. Als ik weer iets verder verDeenst ben.


woensdag 13 augustus 2014

Eerste schooldag



Oh god, oh god, oh gottegottegot, waar ben ik beland? Heb ik een ongemerkte tijdreis gemaakt? Ben ik op een dagje uit met de AJC *), is dit de sociale, egalitaire heilstaat die ons decennia lang beloofd is? Of is dit gewoon echt het land waar ik drie jaar geleden naar toe verhuisde? Wat doe ik temidden van een verzameling hoogblonde kinderen onderaan een vlaggenmast met fier wapperende vlag?

Even recapituleren…

Ohja, vandaag is Alex’ eerste schooldag. Mijn enige herinnering aan mijn eerste schooldag is dat ik met drie andere kinderen om een tafel stond met een paarse cirkel van karton er op. En daar moesten we goed naar kijken. Verder geen enkele herinnering die me een beeld had kunnen geven van hoe de eerste schooldag van mijn oudste kind zou zijn. Maar goed, als ik al beelden had gehad dan konden die meteen over boord. Want dit is Denemarken. En daar doen ze dingen anders…

De vlaggenmast op het schoolterrein is ontmoetingspunt voor ouders en nieuwe leerlingen. Uiteraard met fier wapperende Dannebrog. De kinderen worden in twee groepen verdeeld en naar voren geroepen. Voor mijn ogen ontstaan twee kluwens kinderen, vrijwel allemaal hoogblond en stuitend Nordisch. Dit moet de natte droom van Heinrich H. geweest zijn die hij had toen hij de Lebensbornklinieken bedacht. Alhoewel ik vermoed dat er in de H.H.Creches geen ruimte was geweest voor het (vermoedelijk) Somalische meisje in Alex’ klas.

Op een teken van de rector verschijnt plots een nieuwe kluwen hoogblonde kinderen om de aanwezigen toe te zingen. Driftig wapperend met Deense vlaggetjes. Want ja. We zijn Denen en we houden van zingen. En van de Deense vlag. En van een combinatie van de twee krijgen we massaal een kriebel in onze buik. Het is dat men ook in Denemarken kinderen van 5 en 6 jaar te jong vindt voor alcohol, maar anders…

Bij binnenkomst in de klas staat op elk tafeltje een Deens vlaggetje en is het schoolbord versierd met een Deense vlag. En op het einde van de eerste dag, als iedereen naar huis of naar de DUS (buitenschoolse opvang) gaat, wordt er natuurlijk afsluitend samen gezongen.

Maar het begint te wennen. Het zingen, het vlagvertoon, de dingen die Denen tot Denen maken. De overal wapperende Dannebrog begint op een bepaalde manier positief vertrouwd te raken. En hoewel het voor mij (en vermoedelijk ook voor Pauline) echt wennen is, is het voor Alex en Yelena vanzelfsprekend. Zij weten niet beter. De Deense vlag komt bij elk bijzonder moment op tafel. En zingen hoort er bij. Twee kleine Deentjes in de dop.

*) AJC: voor de mensen die deze afkorting niet kennen, de Arbeiders Jeugd Centrale. Jongerenafdeling van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij.

vrijdag 8 augustus 2014

Utereg me stadsjie



Rip van Winkle, kent u die naam? Nu ik afgelopen vakantie voor het eerst in bijna drie jaar weer in het centrum van good old Utrecht was, wist ik hoe hij zich gevoeld moet hebben toen hij na jaren afwezigheid weer terug kwam in zijn dorp. De straten en gebouwen zijn natuurlijk niet veranderd, ik kan nog steeds op de automatische piloot van A naar B lopen. Maar vol verbazing zag ik vooral een stadsjie dat uber, maar dan ook echt uberhip geworden was. Alsof de stad na mijn vertrek zijn oude kleren heeft afgeschud en de creditcard eens flink heeft laten wapperen…

Koffiezaakjes, waar de bizarste soorten koffie en thee te krijgen zijn. Caffe latte, macchiato, cappuccino met naar believen een of twee shots espresso, ristretto. Of neem een kop thee. Groen of zwart. Darjeeling, first pick, second pick, gyokuro, assam (maar dan weer geen lapsang suchong). En die zaken dienen het liefst genuttigd worden op het aanpalende terrasje van hippe, wankele stoeltjes en tafels, in het gezelschap van een vlotte tablet, telefoon of nadrukkelijk aanwezig aantekenboekje waarin druk gekrabbeld wordt.

Restaurantjes. Op biologische, ecologische maar vooral op kretologische leest geschoeide producten. Puur. Zuiver. Eerlijk. Natuurlijk. Maar bovenal uniek. Een beleving. Je bent niet alleen meer wat je eet. Maar vooral ook waar je eet. En die aanbieders van culinaire belevingswerelden zitten vol met jonge ouders en kinderen in stuitend schone, hippe kinderkleren. Met schalkse kapsels en uitzonderlijke namen.

En ik, ik stond daar maar. Wankelend. Voorbijgangers aanklampend met de vraag “wie ben ik, wat doe ik hier. Waar is mijn roddelflop?” Ontzet schreeuwend stond ik voor een leeg, in alle haast ontruimd pand dat vroeger de boekenhemel van De Slegte vormde. Ontzet hoorde ik dat Jan de Barman van de Gasterij, nu Lokaal 9, bij het huidige bedienend personeel nog slechts iemand uit verhalen is.

Maar eerlijk is echter eerlijk, het nieuwe jasje staat m’n stadsjie goed. Het was uitstekend toeven op de diverse terrasjes, met een kop Gyokuro-thee en mijn aantekenboekje bij de hand. Zittend op een wankel doch hip stoeltje. De zon scheen, de mensen waren mooi en jong en Utrecht zat mij opnieuw als gegoten. Maar een ding is niet veranderd. Broadway aan de Oudegracht serveert nog steeds de lekkerste babyribs!